Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Eucharistieviering op 9 januari in Stadskanaal gaat niet door

8 januari 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 12 januari 2026

Datum: 12 januari 2026

Lezingen van 12 januari 2026

Maandag in week 1 door het jaar

Eerste lezing: Uit het eerste boek Samuël, 1, 1a. 2-8.
Er was eens een man uit het bergland van Efraïm, een Sufiet uit Ramataïm, die Elkana heette. Elkana had twee vrouwen; de ene heette Hanna, de andere Peninna. Peninna had kinderen, Hanna niet. Elkana ging jaarlijks naar Silo om zich neer te buigen voor God, de Heer van de hemelse machten, en Hem offers te brengen. De priesters van de Heer in Silo waren toen Chofni en Pinechas, twee zonen van Eli. Wanneer Elkana dan zijn offer opdroeg, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters ieder een deel, maar aan Hanna gaf hij nog een extra deel, want Hanna was zijn lievelingsvrouw, hoewel de Heer haar schoot gesloten hield. Haar mededingster echter krenkte haar telkens weer en hoonde haar, omdat de Heer haar schoot gesloten hield. En ieder jaar opnieuw, als Hanna naar de tempel van de Heer opging, krenkte Peninna haar; dan schreide Hanna en wilde niet meer eten. En Elkana vroeg haar dan: Hanna, waarom schreit ge? Waarom eet ge niet en zijt ge zo bedroefd? Ben ik voor u niet meer waard dan tien zonen?

Tussenzang: Ps. 116 (115), 12-13. 14-17. 18-19.

Antifoon: Met offers zal ik U loven, Heer.

Hoe kan ik mijn dank betuigen
voor al wat de Heer mij gaf?
Ik hef de offerbeker,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet.
Want kostbaar is in zijn ogen
het leven van wie Hem vereert.

O Heer, ik ben uw dienaar,
uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

Met offers zal ik U loven,
de Naam van de Heer roep ik aan.
Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet,
op ’t voorplein van uw tempel
in uw Jeruzalem.

Alleluia: Ps. 25 (24), 4c. 5a.
Alleluia. Leer mij uw paden kennen, Heer; leid mij volgens uw woord Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus, 1, 14-20.
Nadat Johannes de Doper was gevangen genomen, ging Jezus naar Galilea en verkondigde er Gods Blijde Boodschap. Hij zei: De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap. Toen Jezus eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl zij bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: Komt, volgt Mij, Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt. Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder gaande zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes; ook zij waren in de boot bezig met hun netten klaar te maken. Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners in de boot achter en volgden Hem.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: