Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Waarom gaan de katholieke kerken in Musselkanaal en Kopstukken dicht? En hoelang heeft de katholieke kerk in Zuidoost-Groningen nog toekomst?

28 september 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 11 november 2026

Datum: 11 november 2026

Lezingen van 11 november 2026

Woensdag in week 32 door het jaar

Gedachtenis van de heilige Martinus van Tours, bisschop
Martinus werd omstreeks 316 geboren uit heidense ouders in Pannonië (Hongarije). Als jong Romeins legionair bekeerde hij zich tot het christendom, werd geloofsleerling en ontving uiteindelijk het doopsel. Later stichtte hij een klooster te Ligugé bij Poitiers, waar hij onder leiding van de heilige Hilarius als monnik leefde. Na zijn priesterwijding werd hij in 372 tot bisschop van Tours gekozen. Martinus was het voorbeeld van een goede herder. Hij had een grote voorliefde voor de armen. Hij stichtte nog andere kloosters en onderrichtte de geestelijkheid van zijn bisdom. Nadat hij in de parochie van Candes de vrede onder ruziënde geestelijken had hersteld, stierf hij onderweg naar huis in het jaar 397. Hij ligt begraven in de kathedraal van Tours.
Zijn tijdgenoot Sulpicius Severus schreef een levensbeschrijving van Martinus. Daarin vertelt hij hoe de heilige als Romeins soldaat voor de poorten van Amiens een bedelaar tegenkwam, die rilde van de kou. Uit medelijden trok de heilige zijn zwaard uit de schede, sneed zijn rode mantel in tweeën en schonk de helft aan de bedelaar. Martinus’ halve mantel (in het Latijn cappa, verkleinwoord cappella) werd een reliek, die op een speciale plaats in het drukbezochte pelgrimsoord Tours wordt bewaard. ‘Kapel’, afgeleid van cappella werd sindsdien het woord voor ‘devotieplaats’ of ‘bedehuisje’.

Eerste lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan Titus, 3, 1-7.
Dierbare,
Herinner er allen aan, dat zij zich moeten onderwerpen aan overheid en gezag. Zij moeten gehoorzamen en bereid zijn alles te doen wat goed is. Zij mogen niemand belasteren en geen ruzie zoeken, zij behoren veeleer vriendelijk te zijn en uiterst zachtmoedig in de omgang met alle mensen, zonder uitzondering. Want ook wij waren eertijds zonder inzicht, ongehoorzaam aan God en onderworpen aan dwaling, slaven van allerlei begeerten en lusten; wij vulden ons leven met boosaardigheid en afgunst, haat vergeldend met haat. Maar de goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, en Hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben, maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. Want Hij heeft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Christus onze Heiland. Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd en erfgenamen geworden van het eeuwige leven waar onze hoop op gericht is.

Tussenzang: Ps. 23 (22), 1-3a. 3b-4. 5-6.

Antifoon: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herderstaf
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit,
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

Alleluia: Kol. 3, 16a. 17c.
Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 17, 11-19.
Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging kwamen Hem tien melaatsen tegemoet; zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels: Jezus, Meester, ontferm U over ons! Hij zag hen en sprak: Gaat u laten zien aan de priesters. En onderweg werden ze gereinigd. Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God met luide stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer, en deze man was een Samaritaan. Hierop vroeg Jezus: Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling? En Hij sprak tot hem: Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: