Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Waarom gaan de katholieke kerken in Musselkanaal en Kopstukken dicht? En hoelang heeft de katholieke kerk in Zuidoost-Groningen nog toekomst?

28 september 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 14 december 2026

Datum: 14 december 2026

Lezingen van 14 december 2026

Maandag in week 3 van de Advent

Gedachtenis van de heilige Johannes van het Kruis, priester en kerkleraar
Juan de Yepes werd in 1542 te Fontiveros (Spanje) geboren als telg van een verarmde adellijke familie. Op achttienjarige leeftijd trad hij in bij de kloosterorde der karmelieten. Op de universiteit van Salamanca studeerde hij filosofie en theologie. Na kennis gemaakt te hebben met de geschriften van de Kerkvaders, begon Juan zich te ergeren aan het moreel binnen zijn orde. Hij miste het oorspronkelijke vuur van de kluizenaars die in de 12e eeuw op de berg Karmel zich geheel en al openstelden voor Gods genade. Zijn ergernis deelde hij met de karmelietes Teresa van Avila. Deze gepassioneerde mystica won Juan voor haar plan de gehele Karmel te hervormen. Hun samenwerking was gebaseerd op zielsverwantschap en een zeer sterke geestelijke band. Beiden hadden ze een vurig verlangen te lijden voor Christus en beiden raakten ze regelmatig in extase als ze tot God baden.
In 1568 werd Juan tot priester gewijd. In datzelfde jaar stichtte Juan als Pater Johannes van het Kruis in Duruelo het mannenklooster der Ongeschoeide Karmelieten. Hun levensregel was gebaseerd op Johannes’ ascetische levenswijze en zijn mystieke ervaringen. Zijn spiritualiteit was gericht op het lijden van Christus. “Verlang niets anders dan het kruis,” schreef Johannes in zijn kloosterregel. Hij hield zijn volgelingen voor dat een mens slechts dan God kon ervaren als hij zich met de Gekruisigde verenigde. Met deze spirituele overtuiging probeerde Johannes alle karmelietenkloosters te hervormen. Dat stuitte echter al spoedig op weerstand bij de zogenaamde Geschoeide Karmelieten, de leden van de Karmel die alles bij het oude wilden laten. In toenemende mate zagen zij Johannes en Teresa als een bedreiging van hun kloosterlijke status quo. Om Johannes een lesje te leren werd hij op 3 december 1577 met geweld ontvoerd door geschoeide karmelieten. Zij wierpen hem in een donkere kerker van hun klooster in Toledo. Na enige maanden wist Johannes te ontvluchten. Later schreef hij dat die gevangenschap cruciaal was voor de verdere ontwikkeling van zijn spiritualiteit. In de kerker beleefde hij de zogenaamde Donkere Nacht van het Geloof. Hij voelde zich door God verlaten en zijn gebed was dor. Juist op het moment dat hij bijna ten prooi viel aan wanhoop, ervoer hij Gods aanwezigheid. Deze diepe ervaring inspireerde hem tot het schrijven van mystieke poëzie. Daarin verbeeldde hij de goddelijke genade die zich ontfermt over de menselijke ziel. Later begon Johannes zijn gedichten te voorzien van eigen commentaar. Die zouden de kern vormen van zijn theologische geschriften. Daaraan bleef hij werken, ondanks de vele ontberingen die hij moest doorstaan. Zijn hoofdwerk is De bestijging van de berg Karmel. In het klooster van Ubeda stierf Johannes, uitgeput door vele ziektes, op 14 december 1591, twee jaar vóór de pauselijke erkenning van zijn levenswerk: de Orde der Ongeschoeide Karmelieten. Hij werd in 1726 heilig verklaard. Omdat het kerkelijk leergezag zijn mystiek-theologische geschriften als een verrijking van de katholieke Traditie beschouwde, draagt Johannes van het Kruis vanaf 1926 de titel van Kerkleraar. Paus Johannes Paulus II was sterk beïnvloed door de lijdensmystiek van Johannes van het Kruis. Als jong priester schreef Karol Wojtyla in Rome een proefschrift over zijn werk.

Eerste lezing: Uit het boek Numeri, 24, 2-7. 15-17a.
Toen Bileam de ogen opsloeg en Israël stam bij stam gelegerd zag, kwam de geest van God over hem. Hij hief het volgende lied aan: Dit is het orakel van Bileam, zoon van Beor, het orakel van de man die geheimen mocht zien, het orakel van hem die God hoort spreken, die schouwt wat de Almachtige ontsluiert, en in extase openbaringen ontvangt. Hoe schoon zijn uw tenten, Jakob, hoe mooi uw woningen, Israël: als dalen liggen zij uitgespreid, als tuinen langs een rivier, als aloëbomen door de Heer geplant, als ceders die staan aan het water. Zijn emmers stromen over van water; wat hij zaait wordt volop bevloeid. Zijn koning komt hoger dan Agag; zijn koningschap zal zich verheffen.
Toen hief hij het volgende lied aan. Dit is het orakel van Bileam, zoon van Beor, het orakel van de man die geheimen mocht zien, het orakel van hem die God hoort spreken, die weet wat de Allerhoogste weet, die schouwt wat de Almachtige ontsluiert en in extase openbaringen ontvangt. Ik zie hem, maar niet in het heden, ik aanschouw hem, maar niet van nabij; een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël.

Tussenzang: Ps. 25 (24), 4bc-5ab. 6-7bc. 8-9.

Antifoon: Wijs mij uw wegen, Heer,
leer mij uw paden kennen.

Wijs mij uw wegen, Heer,
leer mij uw paden kennen.
Leid mij volgens uw woord,
want Gij zijt mijn God en Verlosser.

Gedenk uw barmhartigheid, Heer,
uw altijd geschonken ontferming.
Herinner u niet het kwaad van mijn jeugd,
maar denk aan mij met erbarmen.

De Heer is goed en rechtschapen,
daarom wijst Hij zondaars de weg.

Alleluia:
Alleluia. De Heer komt, gaat Hem tegemoet; Hij is de Vorst van de vrede. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 21, 23-27.
Op zekere dag ging Jezus naar de tempel en toen Hij daar aan het onderrichten was, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk Hem de vraag stellen: Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen? En wie heeft U die bevoegdheid dan gegeven? Jezus antwoordde hun: Ik zal u ook een vraag stellen, en als gij Mij daar antwoord op geeft, zal Ik u op mijn beurt zeggen krachtens welke bevoegdheid Ik dit alles doe. Het doopsel van Johannes, waar was dat vandaan? Van de hemel of van de mensen? Zij beraadslaagden onder elkaar: Als wij zeggen: van de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan geen geloof geschonken? Als we zeggen: van de mensen, dan hebben wij het volk te vrezen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet. Ze gaven Jezus dus ten antwoord: Wij weten het niet. Toen zei Hij op zijn beurt tot hen: Dan zeg Ik u evenmin krachtens welke bevoegdheid Ik zo handel.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: