Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Win kaartjes voor de première van Franciscus – De Familiemusical

7 augustus 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 25 oktober 2026

Datum: 25 oktober 2026

DERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR (Jaar A)


Hoogfeest van de verjaardag van de kerkwijding, indien de wijdingsdatum onbekend is

Eerste lezing: Uit het boek Exodus, 22, 20-26.
Zo spreekt de Heer: Gij moet een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken, want ge hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond. Weduwen en wezen zult ge geen onrecht aandoen. Als ge hun tekort doet en als hun klagen tot Mij opstijgt, dan zal Ik gehoor geven aan hun klagen. Mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard zal Ik u doden: uw vrouwen worden weduwen, uw kinderen wezen. Als gij aan iemand van mijn volk geld leent, aan een noodlijdende in uw omgeving, gedraag u dan niet als een geldschieter. Ge moet geen rente van hem eisen. Als gij iemands mantel in pand neemt, dan moet ge die vóór zonsondergang aan hem teruggeven. Hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken, het is de beschutting van zijn blote lichaam, hij moet er in slapen. Roept hij tot Mij om hulp, dan zal Ik hem verhoren, want Ik ben vol medelijden.

Tussenzang: Ps. 18 (17), 2-3a. 3bc-4. 47 en 51ab.

Antifoon: Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij.

Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.

Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind,
mijn schild, mijn behoud en bescherming.

Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen,
dan doet geen vijand mij kwaad.

De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots,
verheerlijkt zij God, mijn verlosser.

Want Gij hebt uw koning de zege geschonken,
uw gunsten bewezen aan uw gezalfde.

Tweede lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica, 1, 5c-10.
Broeders en zusters,
Gij weet hoe ons optreden bij u is geweest. Het was gericht op uw heil. En gij van uw kant zijt navolgers geworden van ons en van de Heer, toen gij het woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de heilige Geest. Gij zijt een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaïa. Ja, van Tessalonica uit heeft het woord van de Heer weerklonken, en niet enkel in Macedonië en Achaïa; allerwegen is uw geloof in God bekend geworden. Wij hoeven niets meer te zeggen, zij vertellen zelf wel hoe wij bij u zijn gekomen en hoe wij door u zijn ontvangen; hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd, om de levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

Alleluia: Joh. 14, 23.
Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 22, 34-40.
In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had. En een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet? Hij antwoordde hem: Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.

Lezingen bij het hoogfeest van de verjaardag van de kerkwijding, indien de wijdingsdatum onbekend is
Er zijn ook andere lezingen mogelijk.

Eerste lezing uit de profeet Ezechiël, 47, 1-2. 8-9. 11.
In die dagen bracht een engel mij naar de ingang van de tempel des Heren. En daar zag ik onder de drempel water opwellen en in oostelijke richting stromen; de voorzijde van de tempel ligt immers op het oosten. Het water stroomde eerst zuidwaarts langs de muur en dan langs de zuidkant van het altaar. Hij leidde mij door de noordpoort buitenom naar de oostelijke buitenpoort en rechts daarvan kwam het water weer tevoorschijn. En de engel zei: Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land naar de Araba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water van de zee gezond. De rivier brengt leven overal waar hij stroomt; het wemelt er van dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Het water in de poelen en in de moerassen wordt echter niet gezond; het zal voor de zoutwinning dienen.

Tussenzang Ps. 122 (121), 1-2. 3-4a. 4b-5.
Antifoon: Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!

Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem,
uw poorten binnen treden.

Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd:
naar u trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.

Zij gaan naar Israëls gebruik
de Naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht,
de troon van Davids huis.

Tweede lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus, 2, 4-9.
Dierbaren,
Treedt toe tot de Heer, de levende steen, door de mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Daarom staat er in de Schrift: Ik leg in Sion een steen, een uitverkoren, kostbare hoeksteen. En wie op Hem vertrouwt, zal niet worden teleurgesteld. Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft. Maar voor de ongelovigen geldt: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden, maar ook een steen waaraan zij zich stoten, een rots waarover zij struikelen. Zij stoten zich, omdat zij het woord weigeren te gehoorzamen; en daartoe waren zij ook bestemd. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht.

Alleluia Kol. 3, 16a. 17c.
Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door hem. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 4, 19-24.
Heer, – zei de Samaritaanse vrouw – ik zie dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen aanbaden op die berg daar, en gij, Joden, zegt dat in Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet. Geloof Mij, vrouw, – zei Jezus haar, – er komt een uur dat gij noch op die berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de Joden komt. Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: