Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Win kaartjes voor de première van Franciscus – De Familiemusical

7 augustus 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 3 september 2026

Datum: 3 september 2026

Donderdag in week 22 door het jaar

Gedachtenis van de heilige Gregorius de Grote, paus en kerkleraar
Gregorius werd omstreeks 540 te Rome geboren. Reeds vroeg kwam hij in de Romeinse magistratuur en werd stadsprefect. Later trad hij in het klooster en werd hij diaken gewijd. Gedurende enige tijd was hij ook pauselijk gezant te Constantinopel. Op 3 september 590 werd hij tot de pauselijke waardigheid verheven. In zijn bestuur, in zijn zorg voor de armen en voor de verbreiding en bevestiging van het geloof toonde hij zich een ware herder. Veel schreef hij over het christelijk leven en andere theologische onderwerpen. Hij stierf op 12 maart 604. Paus Bonifatius VIII verleende hem in 1295 de eretitel van kerkleraar.

Feest van de wijding van de kathedraal (bisdom Roermond)

Eerste lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 3, 18-23.
Broeders en zusters,
Laat niemand zichzelf iets wijs maken. Als iemand onder u wijs meent te zijn – wijs namelijk volgens de maatstaven van deze tijd die voorbijgaat – dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid te leren. De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Er staat immers geschreven: Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid, en elders: De Heer kent de gedachten van de wijzen, Hij weet hoe waardeloos ze zijn. Laat daarom niemand zijn heil zoeken bij mensen. Want alles is het uwe, of het nu Paulus is of Apollos of Kefas, wereld, leven of dood, heden of toekomst, alles is van u, maar gij zijt van Christus en Christus is van God.

Tussenzang: Ps. 24 (23), 1-2. 3-4ab. 5-6.

Antifoon: Aan God hoort de aarde en al wat er op is.

Aan God hoort de aarde en al wat er op is,
de aardschijf en al wat daar woont;
want Hij heeft haar op het water gegrondvest,
haar vastgelegd op de zee.

Wie zal beklimmen de berg van de Heer,
wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver van hart,
zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.

Hij zal door de Heer gezegend worden,
beloond door God, zijn Verlosser.
Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem,
dat staat voor het aanschijn van Jacobs God.

Alleluia: Joh. 14, 23.
Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 5, 1-11.
Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen. Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. Hij stapte in een van de boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk. Toen Hij zijn toespraak had geëindigd zei Hij tot Simon: Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst. Simon antwoordde: Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen; maar op uw woord zal ik de netten uitgooien. Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten dat deze dreigden te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren vulden zij de beide boten tot zinkens toe. Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens. Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en van allen die bij hem waren, vanwege de vangst die ze gedaan hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus echter sprak tot Simon: Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen. Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.

Lezingen bij het feest van de verjaardag van de wijding van de kathedraal (bisdom Roermond)
Er kunnen ook andere lezingen genomen worden.

Eerste lezing: Uit de profeet Ezechiël, 43, 1-2. 4-7a.
In die tijd bracht de engel mij naar de poort, naar de poort die op de oostkant ligt, en daar zag ik, Ezechiël, de heerlijkheid van de God van Israël uit het oosten aankomen. Het klonk als het gedruis van geweldige wateren. De heerlijkheid van de Heer ging door de poort die op de oostkant ligt, de tempel binnen. De geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof. Daar zag ik hoe de heerlijkheid van de Heer de tempel vervulde. Toen hoorde ik uit de tempel iemand tot mij spreken, terwijl de engel nog naast mij stond. Hij zei tot mij: Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats van mijn voetzolen, de plaats waar Ik wil wonen onder de zonen van Israël, voor altijd.

Tussenzang: 1 Kron. 29, 10. 11abc. 11d-12a. 12bcd.

Antifoon: Wij eren, Heer, uw luisterrijke Naam.

Gij zijt geprezen, Heer, in alle eeuwen,
Gij God van onze vader Israël.
Groot zijt Gij in uw daden, oppermachtig,
verheven, luisterrijk en hoog geëerd.

Want alles in de hemel en op aarde is het uwe,
Gij zijt de koning, Heer, die boven allen staat.
Van U zijn aanzien en bezit afkomstig,
al wat bestaat richt zich naar uw bevel.

Gij kunt beschikken over vaardigheid en krachten,
wat groot en sterk is hebt Gij zo gemaakt.

Alleluia: Apok. 21, 3.
Alleluia. Zie hier Gods woning onder de mensen. Hij zal bij hen wonen. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 10, 22-30.
In die tijd werd te Jeruzalem het feest van de tempelwijding gevierd. Het was winter en Jezus hield zich op in de tempel, in de Zuilengang van Salomo. De Joden kwamen in een kring om Hem heen staan en zeiden tot Hem: Hoelang houdt Gij ons nog in spanning? Als Gij de Messias zijt, zeg het ons dan ronduit. Jezus gaf hun ten antwoord: Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet. De werken die Ik in naam van mijn Vader doe, zij leggen getuigenis over Mij af. Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de Vader, Wij zijn één.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: