Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Win kaartjes voor de première van Franciscus – De Familiemusical

7 augustus 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 22 augustus 2026

Datum: 22 augustus 2026

Zaterdag in week 20 door het jaar

Gedachtenis van de heilige maagd Maria Koningin
Een week na het Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming viert de Kerk de gedachtenis van Maria’s kroning tot koningin van het heelal. Paus Pius XII voerde in het Mariajaar 1953-1954 deze gedachtenis in. Tijdens de eucharistie van deze dag bidt de priester: “God, Gij hebt de Moeder van uw Zoon uitverkoren om ons aller moeder te zijn. Geef goedgunstig dat wij, gesteund door haar voorspraak, eens in het hemels Koninkrijk de heerlijkheid ontvangen die Gij uw kinderen hebt beloofd”.

Feest van de verjaardag van de wijding van de kathedraal (bisdom Utrecht)

Eerste lezing: Uit de profeet Ezechiël, 43, 1-7a.
In die tijd bracht de engel mij naar de poort, naar de poort die op de oostkant ligt, en daar zag ik, Ezechiël, de heerlijkheid van de God van Israël uit het oosten aankomen. Het klonk als het gedruis van geweldige wateren en de aarde straalde van zijn heerlijkheid. Het visioen dat ik zag, was als het visioen dat ik gezien had, toen de Heer kwam om de stad te vernielen, en als het visioen, dat ik gezien had aan de rivier, de Kebar. Ik wierp mij neer, met mijn aangezicht op de grond. De heerlijkheid van de Heer ging door de poort die op de oostkant ligt, de tempel binnen. De geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof. Daar zag ik hoe de heerlijkheid van de Heer de tempel vervulde. Toen hoorde ik uit de tempel iemand tot mij spreken, terwijl de engel nog naast mij stond. Hij zei tot mij: Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats van mijn voetzolen, de plaats waar Ik wil wonen onder de zonen van Israël, voor altijd.

Tussenzang: Ps. 85 (84), 9ab-10. 11-12. 13-14.

Antifoon: De Glorie des Heren komt weer bij ons wonen.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,
voorzeker een woord van verzoening.
Een woord voor zijn volk, voor alwie hem dient,
voor elk die zijn hart voor Hem opent.
Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen,
zijn Glorie komt weer bij ons wonen.

Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan,
als vrede en recht elkander omhelzen;
dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten,
en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.

Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken
en draagt ons land rijke vrucht.
Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan
en voorspoed zijn schreden volgen.

Alleluia: Ps. 119 (118), 88.
Alleluia. mij barmhartig en laat mij leven, Heer, dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 23, 1-12.
In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlingen: Op de leerstoel van Mozes hebben de schriftgeleerden en de Farizeeën plaats genomen. Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen, maar handelt niet naar hun werken; want zelf handelen ze niet naar hun woorden. Zij maken bundels van zware, haast ondraaglijke lasten en leggen die de mensen op de schouders, maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken. Alles wat zij doen, doen zij om bij de mensen op te vallen; zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot, ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden en de voornaamste zetels in de synagogen, ze laten zich graag groeten op de markt en willen door de mensen rabbi genoemd worden. Maar gij moet u geen rabbi laten noemen. Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders. En noemt niemand van u op aarde ‘vader’; gij hebt maar één Vader, de hemelse. En laat u ook geen ‘leraar’ noemen; gij hebt maar één leraar, de Christus. Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn. Al wie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden.

Lezingen bij het feest van de verjaardag van de kathedraal (bisdom Utrecht)
Er kunnen ook andere lezingen genomen worden.

Eerste lezing uit de profeet Ezechiël, 43, 1-2. 4-7a.
In die tijd bracht de engel mij naar de poort, naar de poort die op de oostkant ligt, en daar zag ik, Ezechiël, de heerlijkheid van de God van Israël uit het oosten aankomen. Het klonk als het gedruis van geweldige wateren. De heerlijkheid van de Heer ging door de poort die op de oostkant ligt, de tempel binnen. De geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof. Daar zag ik hoe de heerlijkheid van de Heer de tempel vervulde. Toen hoorde ik uit de tempel iemand tot mij spreken, terwijl de engel nog naast mij stond. Hij zei tot mij: Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats van mijn voetzolen, de plaats waar Ik wil wonen onder de zonen van Israël, voor altijd.

Tussenzang: 1 Kron. 29, 10. 11abc. 11d-12a. 12bcd.

Antifoon: Wij eren, Heer, uw luisterrijke Naam.

Gij zijt geprezen, Heer, in alle eeuwen,
Gij God van onze vader Israël.
Groot zijt Gij in uw daden, oppermachtig,
verheven, luisterrijk en hoog geëerd.

Want alles in de hemel en op aarde is het uwe,
Gij zijt de koning, Heer, die boven allen staat.
Van U zijn aanzien en bezit afkomstig,
al wat bestaat richt zich naar uw bevel.

Gij kunt beschikken over vaardigheid en krachten,
wat groot en sterk is hebt Gij zo gemaakt.

Alleluia Apok. 21, 3.
Alleluia. Zie hier Gods woning onder de mensen. Hij zal bij hen wonen. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 10, 22-30.
In die tijd werd te Jeruzalem het feest van de tempelwijding gevierd. Het was winter en Jezus hield zich op in de tempel, in de Zuilengang van Salomo. De Joden kwamen in een kring om Hem heen staan en zeiden tot Hem: Hoelang houdt Gij ons nog in spanning? Als Gij de Messias zijt, zeg het ons dan ronduit. Jezus gaf hun ten antwoord: Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet. De werken die Ik in naam van mijn Vader doe, zij leggen getuigenis over Mij af. Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de Vader, Wij zijn één.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: