Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Permanente Raad van de Bisschoppenconferentie

18 juni 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 16 juli 2026

Datum: 16 juli 2026

Donderdag in week 15 door het jaar

Vrije gedachtenis van de heilige maagd Maria van de berg Karmel
De heilige karmeliet Simon Stock kreeg op 16 juli 1251 in Cambridge een verschijning van de Heilige Maagd Maria. Zij gaf hem een zogeheten scapulier, een schouderkleed van een kloosterhabijt. Maria beloofde Simon dat iedereen die dit religieuze kleed zou dragen, uit het vagevuur gered zou worden. Later mocht het schouderkleed vervangen worden door twee lapjes stof. In 1386 werd de 16e juli voor de karmelieten een belangrijke feestdag. Pas sinds 1726 staat deze gedachtenis op de liturgische kalender van de gehele R.K. Kerk.
De berg Karmel in het Heilig Land wordt in de Bijbel genoemd als de plek waar Elia streed tegen de profeten van de afgod Baäl. Daar levert Elia het bewijs dat de God van Abraham, Isaäk en Israël de enige, ware God is. Als de Baälprofeten zijn verslagen, gaat Elia naar de hoogste regionen van de Karmel, waar hij de Heer smeekt om regen. Er heerst namelijk droogte en hongersnood en het volk schreeuwt om redding. Na zijn smeekgebed draagt Elia zijn dienaar op om hoger te klimmen en naar de richting van de zee te kijken of er al regen op komst is. Na zeven keer kijken zegt de dienaar: “Ja, ik zie een kleine wolk uit de zee opstijgen, zo groot als de palm van een hand.” Elia voorspelt dan dat uit dit wolkje een zware stortregen zal vallen. (1 Kon. 18) Oude bijbeluitleggers zagen in dit wolkje een voorafbeelding van de Maagd Maria uit wie de Redder geboren zou worden.
In de twaalfde eeuw lieten kluizenaars zich door het geloof van de profeet Elia inspireren en vestigden zich op de berg Karmel. Onder bescherming van de heilige Maagd zochten zij naar de hemelse genade van de Ene God die redding bracht door Christus’ dood en verrijzenis. Zij legden de basis voor de latere ordes van karmelieten en karmelietessen, die een leven leiden van zuiverheid, armoede en contemplatie.

Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja, 26, 7-9. 12. 16-19.
Heer, het pad van de vrome is recht. Gij effent de weg voor de rechtvaardige. Ook wanneer Gij de weg van uw oordelen gaat, zien wij hoopvol naar U uit; U te roemen en U te gedenken is het verlangen van ons hart. Mijn hart verlangt naar U in de nacht en mijn ziel zoekt U in de morgen. Wanneer uw oordelen de aarde treffen, leren de bewoners van de hele wereld wat gerechtigheid is. Maar geef ons vrede, Heer, want al wat ons ooit overkwam, hebt Gij ons gedaan. Gij, Heer, zijt het die men gaat zoeken in nijpende nood; de harde verdrukking was een straf, door U overgezonden. Als een zwangere vrouw, die in barensnood komt, die zich wringt en schreeuwt in haar weeën, zo waren wij, Heer, voor uw aanschijn. Wij hadden ontvangen, wij kwamen in barensweeën, maar toen wij baarden, baarden wij wind en hebben het land geen heil geschonken; de wereld kreeg er geen bewoners bij. Maar uw doden zullen weer leven, uw gevallenen staan weer op. Wordt wakker en jubelt, gij allen die in het stof ligt bedolven. Want uw dauw, Heer, is lichtende dauw en het land van de schimmen zal baren.

Tussenzang: Ps. 102 (101), 13. 14. 15. 16-18. 19-21.

Antifoon: De Heer ziet uit de hemel op aarde neer.

Rijs op en wees Sion genadig,
want nu is het tijd om barmhartig te zijn,
ja, nu is het uur gekomen.

Uw dienaren hebben die stenen lief,
met deernis zien zij die puinhopen liggen.

De heidenen zullen uw Naam weer duchten,
de vorsten der aarde uw heerlijkheid, Heer;
wanneer Gij de muren van Sion herbouwt,
wanneer Gij daar weerkeert in volle luister;
wanneer Gij de stem der geplunderden hoort,
hun smeekbeden niet naast u neerlegt.

Stelt dit dan op schrift voor het komend geslacht
en laat onze zonen de Heer ervoor danken.
De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte,
Hij ziet uit de hemel op aarde neer.
Hij zal het geschrei der gevangenen horen,
verlossen die aan de dood zijn gewijd.

Alleluia: Ps. 119 (118), 135.
Alleluia. Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer, laat mij uw beschikkingen zien. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 11, 28-30.
Op zeker ogenblik nam Jezus het woord en sprak: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: