Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Permanente Raad van de Bisschoppenconferentie

18 juni 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 30 juni 2026

Datum: 30 juni 2026

Dinsdag in week 13 door het jaar

Vrije gedachtenis van de heilige eerste martelaren van de Kerk van Rome
In het jaar 64 woedde er in Rome een grote brand, die volgens de wrede keizer Nero gesticht was door leden van een door hem verachte joodse sekte: de christenen. Hij liet hen oppakken en op een afschuwelijke wijze folteren. Sommigen gebruikte hij als levende fakkels die ’s nachts zijn paleistuinen verlichtten. De heidense schrijver Tacitus getuigt in zijn Annalen van deze christenvervolging, maar ook paus Clemens in zijn Brief aan de Korintiërs. Eind vierde eeuw schreef de kerkvader Sint Hiëronymus dat er bij de vervolging 979 martelaren waren omgekomen.

Eerste lezing: Uit de profeet Amos, 3, 1-8 + 4, 11-12.
Hoort het woord dat de Heer spreekt, over u, de zonen van Israël, over heel het geslacht dat Hij uit Egypte heeft geleid. U alleen heb Ik uitverkoren onder al de geslachten der aarde; daarom roep Ik u ook ter verantwoording voor al uw ongerechtigheden. Gaan er ooit twee mensen samen op weg zonder dat zij elkaar gevonden hebben? Brult ooit een leeuw in het woud zonder dat hij een prooi heeft? Of gromt er een leeuwenjong in zijn hol zonder dat het iets te pakken heeft gekregen? Schiet een vogel omlaag naar de knip op de grond zonder dat daar een lokaas ligt? Of wordt de knip van de grond opgenomen zonder dat er iets gevangen is? Wordt in een stad de bazuin gestoken zonder dat de bewoners beven? Gebeurt er ooit in een stad een ramp zonder dat de Heer daar de hand in heeft? Zo ook doet God, de Heer, nooit iets zonder dat Hij zijn besluit onthult aan zijn dienaars, de profeten. De leeuw heeft gebruld: wie zou er niet vrezen? God, de Heer, heeft gesproken: wie zou er niet profeteren? En verder spreekt de Heer: Ik heb u ondersteboven gekeerd, even geweldig als Sodom en Gomorra; als een geblakerd stuk hout zijt gij geworden dat aan een brand ontrukt is, maar gij hebt u niet tot Mij bekeerd. Daarom zal Ik zo met u handelen, Israël. En omdat Ik zo met u zal handelen, moet gij, Israël, u gereedmaken om voor uw God te verschijnen.

Tussenzang: Ps. 5, 5-6. 7. 8.

Antifoon: Geleid mij, Heer, langs veilige wegen.

Reeds vroeg in de morgen hoort Gij mijn stem,
reeds vroeg mijn hoop en verlangen.
Gij zijt toch geen God die onrecht verdraagt,
bij U kan geen booswicht vertoeven.

Geen zondaar kan U in de ogen zien,
Gij haat hen die onrecht bedrijven.
Die leugentaal spreken vernietigt Gij,
Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid

Maar ik, door uw rijke genade,
mag binnengaan in uw huis.
Ik werp mij neer voor uw tempel
in eerbied voor U, mijn Heer.

Alleluia: Ps. 130 (129), 5.
Alleluia. Op de Heer stel ik mijn hoop, op zijn woord vertrouw ik. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 8, 23-27.
Toen Jezus in de boot stapte, volgden zijn leerlingen Hem. Opeens raakte de zee in hevige beroering, zodat de golven over de boot sloegen; Hij echter lag te slapen. Zij gingen naar Hem toe en maakten Hem wakker met de woorden: Heer, red ons, wij vergaan! Hij sprak tot hen: Waarom zijt gij bang, kleingelovigen? Dan stond Hij op, richtte zich met een dwingend woord tot de winden en de zee, en het water werd volmaakt stil. De mensen stonden verbaasd en zeiden: Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: