Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

Win kaartjes voor de première van Franciscus – De Familiemusical

7 augustus 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 20 augustus 2026

Datum: 20 augustus 2026

Gedachtenis van de heilige Bernardus, abt en kerkleraar
Bernardus, geboren in 1090 te Fontaine-lès-Dijon, bij Dijon (Frankrijk) trad in 1111 in bij de Cisterciënzers, monniken van Cîteaux, die de Regel van Benedictus strenger wilden naleven. Kort na zijn intrede werd hij door zijn medebroeders gekozen tot abt van het klooster van Clairvaux. Als abt stichtte hij een groot aantal kloosters. De sobere architectuur van deze abdijen vertegenwoordigen een belangrijke periode in de kunstgeschiedenis. Bernardus was in alles een vurig mens: in zijn gebed, zijn ascese, zijn preken en zijn leiderschap. Hij speelde als vredesapostel een belangrijke rol bij conflicten tussen koningen en pausen. Bernardus schreef vele theologische en mystieke geschriften. Beroemd is zijn prekencyclus over het Hooglied. Hij stierf op 20 augustus 1153 te Clairvaux.

Eerste lezing: Uit de profeet Ezechiël, 36, 23-28.
Zo spreekt de Heer: Ik zal heiligen mijn grote Naam die onder de heidenvolken ontheiligd is, die tegenover hen door u ontheiligd is. Dan zullen de heidenvolken erkennen, dat Ik de Heer ben – zo spreekt God de Heer -, wanneer Ik tegenover hen aan u mijn heiligheid bewijzen zal. Ik zal u uit de heidenvolken weghalen en uit alle landen u samenbrengen en u laten terugkeren naar uw eigen grond. Ik zal u met zuiver water besprenkelen en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen. Ik geef u een nieuw hart en een nieuwe geest in uw binnenste: uw hart van steen haal Ik uit u weg en Ik geef u een hart van vlees. Mijn geest stort ik in uw binnenste en Ik bewerk dat gij gaat handelen naar mijn wetten en dat gij mijn geboden nauwgezet naleeft. Dan zult gij wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult mijn volk zijn en Ik uw God.

Tussenzang: Ps. 51 (50), 12-13. 14-15. 18-19.

Antifoon: Ik zal u met zuiver water besprenkelen
en gij zult rein worden van al uw onreinheden.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren,
alle schuldigen terugvoeren tot U.

In geschenken hebt Gij geen behagen,
wat ik U ook bied, Gij wilt het niet.
Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

Alleluia: 1 Sam. 3, 9 + Joh. 6, 69b.
Alleluia. Spreek, Heer, uw dienaar luistert; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 22, 1-14.
In die tijd nam Jezus het woord en sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk in gelijkenissen. Hij zei: Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft. Maar zonder er zich om te bekommeren, gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft. Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten. Toen de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op die niet voor een bruiloft gekleed was. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed? Maar de man bleef het antwoord schuldig. Toen sprak de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: