Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

VREDE EN GERECHTIGHEID Houvast in veranderende tijden

17 april 2026

Lees meer


Lezing voor de dag: 21 april 2026

Datum: 21 april 2026

Dinsdag na de derde zondag van Pasen

Vrije gedachtenis van de heilige Anselmus, bisschop en kerkleraar
Anselmus werd in 1033 geboren te Aosta in Piemonte (Noord-Italië). Hij trad in bij de Benedictijnen van de abdij van Le Bec in Normandië. Als monnik wijdde hij zich vol overgave aan gebed en arbeid. Hij legde zich verder toe op de wijsgerige en theologische vorming van zijn medebroeders. Na zijn overtocht naar Engeland werd hij tot aartsbisschop van Canterbury gekozen. Tot tweemaal toe werd hij door de wereldlijke heersers verbannen, omdat hij opkwam voor de rechten van de Kerk. Anselmus stierf op 21 april 1109 in Canterbury. In 1494 werd hij heilig verklaard. Vanwege zijn onvervangbare bijdrage aan de ontwikkeling van de katholieke theologie werd hij in 1720 tot kerkleraar verheven. In de geschiedenis van de filosofie is Anselmus vooral bekend geworden door zijn zogenoemde ‘ontologisch godsbewijs’: als God datgene is waarboven niets groters denkbaar is, dan moet Hij bestaan. Immers als Hij alleen als gedachte in het verstand zit, maar niet in de werkelijkheid bestaat, is alles wat wel bestaat groter dan het hoogst denkbare. En dat is een contradictie, aldus St. Anselmus.

Eerste lezing: Uit de Handelingen der Apostelen, 7, 51 – 8, 1a.
In die dagen sprak Stefanus tot het volk, tot de oudsten en de schriftgeleerden: Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oor, nog altijd weerstreeft gij de heilige Geest, juist zoals uw vaderen deden. Wie van de profeten zijn door uw vaderen niet vervolgd? Gedood hebben ze hen die de komst aankondigden van de Rechtvaardige, wiens verraders en moordenaars gij nu geworden zijt, gij nog wel die de Wet hebt ontvangen door bemiddeling van de engelen; maar ge hebt ze niet onderhouden. Toen ze dit hoorden, werden ze woedend en knarsetandden tegen hem. Maar Stefanus, vervuld van de heilige Geest, staarde naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus, staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: Ik zie de hemel open en de Mensenzoon, staande aan Gods rechterhand. Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenigden, bad hij: Heer Jezus, ontvang mijn geest. Toen viel hij op zijn knieën en riep met luide stem: Heer, reken hun deze zonde niet aan. Na deze woorden ontsliep hij. Saulus stemde in met de moord op deze man.

Tussenzang: Ps. 31 (30), 3cd-4. 6ab. 7b. 8a. 17. 21ab.

Antifoon: Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen, Heer.

Wees mij een rots waar ik vluchten kan,
een sterke burcht waar ik veilig kan toeven.
Want altijd zijt Gij mijn rots en mijn vesting,
uw Naam is mijn leider en gids.

Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen,
Gij zult mij beschermen, getrouwe God.
Ik stel op U mijn vertrouwen, Heer,
Ik mag mij verheugen in uw erbarmen.

Laat over uw dienaar uw Aanschijn stralen,
red mij door uw genade.
De glans van uw Aanschijn beschermt mij altijd
als mensen zich tegen mij keren.
Gij neemt mij op in uw tent,
beschut tegen kwade tongen.

Alleluia: Lc. 24, 46.
Alleluia. Christus moest lijden en sterven en opstaan uit de doden, en aldus binnengaan in zijn heerlijkheid. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 6, 30-35.
In die dagen zei de menigte tot Jezus: Wat voor teken doet Gij dan wel, waardoor wij kunnen zien dat wij in U moeten geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven staat: Brood uit de hemel gaf hij hun te eten. Jezus hernam: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wat Mozes u gaf was niet het brood uit de hemel; het echte brood uit de hemel wordt u door mijn Vader gegeven; want het brood van God daalt uit de hemel neer en geeft leven aan de wereld. Zij zeiden tot Hem: Heer, geef ons te allen tijde dat brood. Jezus sprak tot hen: Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt, zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen.

Terug naar overzicht
Deel deze lezing van de dag: