Logo

Parochie Heilig Kruis

Laatste nieuws

In Vrijheid Verbonden zet volgende stap: ‘De tussenruimtes als basis voor ontmoeting’

11 februari 2026

Lees meer



Waarom voetbal een katholieke sport is (en zwemmen niet)…

11 februari 2026

Er bestaat niet zoiets als katholieke wiskunde of zoiets als protestantse Topografie. Toch bestaan er katholieke en protestantse scholen waar het er bij de een anders aan toegaat dan bij […]

Er bestaat niet zoiets als katholieke wiskunde of zoiets als protestantse Topografie. Toch
bestaan er katholieke en protestantse scholen waar het er bij de een anders aan toegaat dan bij
de ander. Volgens mij geldt dat ook voor diverse takken van sport: je hebt katholieke sporten en
je hebt protestantse sporten. Het gaat er gewoon anders aan toe. Dat lijkt onzin, maar toch
weten veel mensen intuïtief wat bedoeld wordt als iemand zegt: “Voetbal is eigenlijk een
katholieke sport.”

Wat maakt een sport “katholiek”? Katholicisme is, grofweg, een religie van: rituelen,
gemeenschap, symboliek, drama, zonde, schuld en verlossing en vooral: de mogelijkheid tot
comeback. Wie ooit een voetbalwedstrijd heeft gezien, herkent dit onmiddellijk.
Commentatoren en sportjournalisten (of ze nou katholiek, protestants of puur ‘heidens’ zijn)
spreken van een voetbalkathedraal (het stadion), hoogmis (topwedstrijd), gezangen
(voornamelijk vloekpsalmen), de onfeilbaarheid van de VAR (assistent-scheidsrechter) en de
gevallen spits die toch weer genade vindt bij de trainer (en die in enkele gevallen zelfs wordt
aangeduid als de messias van de club). Voetbal gelooft niet in verdiensten, maar in genade. Dat
maakt voetbal katholiek.

Wielrennen daarentegen lijkt op het eerste gezicht protestants: hard werken, discipline,
soberheid, lijden. Maar schijn bedriegt. Wielrennen is misschien wel de meest katholieke sport
die er bestaat. Waarom? Omdat wielrennen draait om: lijden als deugd, processies (het
peloton), ketters (dopingzondaars) en aflaten (tijdstraffen). De Tour de France lijkt eerder op een
jaarlijkse bedevaart dan op een wielerwedstrijd. De Alpen zijn geen bergen, maar beproevingen.
De knecht offert zich op voor de kopman, die hem later in interviews zal bedanken (een soort
mis uit dankbaarheid). En de wielerfan weet: wie niet geleden heeft, verdient de overwinning
niet. Dat is geen sportethiek, dat is middeleeuwse theologie.
Wanneer mag je een sport “katholiek” noemen? Als aan de volgende drie voorwaarden wordt
voldaan. 1. Beleving gaat voor berekening. Daarom verliezen we nog liever een wedstrijd dan dat
we met berekening winnen. 2. Dramatiek boven efficiëntie. De meest memorabele momenten
zijn zelden de momenten die op de training ingestudeerd zijn: het zondagsschot, de kansloze
ontsnapping, dat soort dingen. 3. De slechtste kan winnen. Dat is bij zwemmen en hardlopen
nooit. Die het hardste loopt wint altijd. Daar komt dan ook geen volk op af. Hardlopen is de sport
van mensen die Excel vertrouwen. Geen team, geen toeval, geen excuses. Je loopt een
marathon en weet precies waarom je faalt: je hebt je tijdschema veronachtzaamd. Dat is
calvinisme met chronometer. Als een sport deze drie eigenschappen heeft, mag je haar
katholiek noemen.

Bestaan er protestantse sporten? Zeker. Protestantisme draait om: soberheid, individuele
verantwoordelijkheid, discipline, transparantie en wantrouwen tegen overbodige rituelen. Daar
passen andere sporten bij. Hardlopen, bijvoorbeeld. Of hink-stap-sprong. Waarom? Geen team,
geen fakkels, geen tifosi, geen excuses. Je loopt, je faalt, je verbetert. Dat is geen sport, dat is de
Heidelbergse Catechismus in lycra. Ook tennis heeft iets protestants: de regels zijn duidelijk, de
score transparant, de emoties gedoseerd. Zelfs de outfits lijken ontworpen door ouderlingen. En
schaken? Dat is pure calvinistische predestinatie. Als je verliest, had je dat van tevoren al
verdiend.
De moderne mens gelooft dat het universum logisch moet zijn. De voetbalfan weet beter. Het is
weliswaar geordend, maar niet logisch. Voetbal een protest is tegen de tirannie van statistiek.
Dat het doelpunt niet ontstaat uit data, maar uit het onverwachte. En dat alleen een cultuur die
in wonderen gelooft, echt van sport kan houden. De echte tragedie is niet dat je verliest, maar
dat je denkt dat winnen je zal redden. Sport draait om het onverwachte, om lef en het vermogen
om op het juiste moment alles te vergeten wat je op de training geleerd hebt. Dat klinkt verdacht
katholiek. Bij protestanten ligt dat volgens mij toch anders; daar is discipline belangrijker dan
mysterie. Iedereen die ooit een seizoenskaart heeft gehad bij een voetbalclub weet een ding: dat
is een geloof waar je moeilijk vanaf komt.

De mooiste sportmomenten zijn juist die waarin iemand faalt – en toch doorgaat. Niemand
herinnert zich niet wie het Wereld Kampioenschap 1994 won. Maar iedereen herinnert zich
Roberto Baggio die naar de hemel keek nadat hij de beslissende penalty had gemist. Sport werd
tragedie. En tragedie is altijd memorabeler dan triomf. Mathieu van der Poel – WK veldrijden
2023: hij viel, stond op, won. Maar de dramatiek zat niet in de overwinning. Het zat in het
moment van twijfel. In de seconde waarin zelfs hij leek te breken. Sport leeft niet van perfectie.
Sport leeft van barsten. Soms zit de dramatiek niet in WK-finales, maar in details. De
amateurvoetballer die na twintig jaar eindelijk scoort, maar buitenspel staat. De tennisser die
uit woede zijn racket kapotslaat en daarna sorry zegt tegen het publiek. Dat zijn de echte
sportmomenten. Niet omdat ze winnen. Maar omdat ze iets onthullen.
+Rob Mutsaerts

Meer nieuws

Nieuw

In Vrijheid Verbonden zet volgende stap: ‘De tussenruimtes als basis voor ontmoeting’

11-02-2026

Lees meer

Parochiecafé – Lectio Divina

10-02-2026

Lees meer

Hoge kortingen op inspiratieboekje voor de Veertigdagentijd

10-02-2026

Lees meer